![]() |
| De Wageningse afdeling van de Friese studentenfederatie |
![]() |
| Wapen van de Leidse Pealmantsjes |
Wie zich er wèl in verdiept heeft is Goffe Jensma, emeritus professor Friese taal en letterkunde te Groningen, in 2004 als doctorandus geschiedenis gepromoveerd op zijn stelling dat de geheimzinnige dichter Piet Paaltjens rond 1860 de Oera Linda zou hebben bedacht. Uit een samenzwering met de taalkundige Eelco Verwijs en de Noord-Hollandse scheepstimmerman Cornelis Over de Linden zou het handschrift zijn ontstaan, dat naar de eerste vertaling van 1872 Oera Linda Boek ging heten.
Jensma publiceerde in 2006 de derde Nederlandse vertaling (na die van Ottema en Overwijn), de eerste die werd gemaakt vanuit de aanname dat het een 19e eeuwse theologisch-filosofisch geïnspireerde grap betreft. De meest recente vertaling, in 2021 en 2022 uitgegeven door Stichting Oera Linda, is een Engelse samengesteld door Jan Ott, met kleurenafbeeldingen van alle 190 handschriftbladzijden. Jensma verwees ernaar in december 2021 tijdens een live uitgezonden kerstcollege vanuit de oude Friese universiteitsstad Franeker als een hele goeie oersetting.
Jan Ott studeerde in de jaren ’90 Bewegingswetenschappen aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, was als student actief corpslid en werd na zijn afstuderen eerst onderzoeker voor — later bestuurder en woordvoerder van de federatie van bioscopen en filmmaatschappijen, in een kantoor naast het Rijksmuseum. Tijdens een sabbatsjaar, in 2009 ontdekte hij de Oera Linda, wat leidde tot een nauwgezette studie van vooral de Fryas taal waarin het handschrift is geschreven, alle openbare discussies erover, studies ernaar en briefwisselingen. Veel daarvan is terug te vinden op de door zijn stichting opgezette Oera Linda Wiki.
Het bestuurslid van de linkse, doch koningsgezinde studentefederatie waarschuwt in haar memo voor Ott, die (vertaald:) “vaak aanschuift bij extreemrechtse podcasts en talkshows”. Doctorandus Ott zou zich tegen de wetenschap keren, wat hem pseudowittenskipper maakt. Hij heeft “in bytsje it gedachtengoed fan datst net alles liuwe moatst dat dy ferteld wurdt”.
Kennelijk is het voor deze student vanzelfsprekend dat wèl te doen: alles geloven wat je (door een autoriteit) wordt verteld.
[ Meer bijzonderheden en de gehele memo staan op fryas.net: Herinneringen 1968-2026. ]
“Vrijdenkerij”, kent u die uitdrukking? Definitie op Wikipedia:
Vrijdenkerij (in België: vrijzinnigheid) of vrijdenken, is de opvatting dat men zich in het denken door de rede, wetenschap dan wel logica laat leiden, en niet door (autoriteits)geloof, traditie of paradigma. Vrijdenkers keren zich tegen elke vorm van dogma.
Friezen staan bekend om hun vermeend traditionele vrijheidszin en het allitereert inderdaad mooi: Frysk en Frij. Maar hoe vrij van geest is de gemiddelde Fries nog?
![]() |
| Codex Oera Linda, hk. K1. Tijdperk Tonis / Waraburg: Magjaren [052/02] |
Maar verder zijn ze niet te benijden, want ze zijn slaven van de priesters en wat nog veel erger is, van hun overtuigingen [of: meningen]. Ze geloven [of: menen] dat overal kwade geesten zijn, die bezit nemen van mens en dier. Van Wralda’s Geest weten ze echter niets.




























