22 October 2019

Important source to be analysed: 1934 letter by Hajo Last

Almost nine years ago, at the Westfrisian Archives in Hoorn, I copied an article and a letter to the editor of the Enkhuizer Courant, the first published January 6, 1934, and the latter written that same day and published three days later (Jan. 9). The letter in particular, written by Hajo Last, is of high relevance and I have referred to it several times earlier, most elaborately in a blog post of Feb. 2018.

Now the texts have been scanned, digitized and translated into English so we can analyse them.

Note: the January 9 letter to the editor (Het Vrije Woord) continued on the next page, but was not copied by me as it seemed less relevant at the time (and copies were expensive). It contained some information about Enhuizen and the name of the author: Hajo Last, (living in) Bussum. It is this letter which is most relevant. The other article is added mainly to show the wider context; it was this article that moved Hajo Last to reply. 

Original formats:

Reshaped for screen and transcribed

1. article "Het Oera Linda-Bok en een Duitsche professor" 


HET OERA LINDA-BOK EN EEN DUITSCHE PROFESSOR.
Een mystificatie als oer-bron van het Germanendom.

Wat het Oera Linda-bok is, weten wellicht niet velen onzer lezers, zegt de Held. Crt.. De kwestie is ook al 70 jaar oud en we leven snel. Maar oude Helderschen zullen het nog wel weten. Omstreeks 1860 was op ‘s Rijks-werf alhier werkzaam de heer Cornelis Over de Linden. In die jaren werd te zijnen huize een merkwaardig, zeer oud, in de Friesche taal geschreven, handschrift ontdekt, dat een familiekroniek zou bevatten over verschillende Friesche families. De in Den Helder werkzame predikant, ds. François Haverschmidt, de welbekende Piet Paaltjens van wien de grotesk-onzinnige, maar in den grond zoo zwaarmoedige Snikken en Grimlachjens zijn verschenen, en zijn academie-vriend, de eveneens zeer bekende dr. Eelco Verwijs, interesseerden zich voor deze vondst en zoo ontstond rondom dit Oera Lindabok een uitgebreide literatuur en een dikwijls felle pennestrijd. Want reeds spoedig na de ontdekking rezen bedenkingen tegen de echtheid van het handschrift.
THE OERA LINDA-BOK AND A GERMAN PROFESSOR.
A mystification as primary source of German nationalism.

Only few of our readers will know what the Oera Linda-book is, the Heldersche Courant states. After all, the issue is 70 years old and we live fast. But older inhabitants of Den Helder will still remember. Around 1860 at our Royal shipyard a Cornelis Over de Linden was employed. In those years a remarkable, very old manuscript, written in the Frisian language was discovered in his home, containing a chronicle of various Frisian families. One of Den Helder’s ministers, Rev. François Haverschmidt, who under the pen-name Piet Paaltjens [in 1867] published the grotesque-nonsensical, as well as dreary [poetry bundle] Snikken en Grimlachjes, and his academy friend, the also well-known Dr. Eelco Verwijs, were interested in this find, which resulted in a collection of literature related to this Oera Linda-book, as well as a fierce polemic. Because soon after the discovery, reservations arose against the authenticity of the handwriting.
In de laatste halve eeuw heeft men welhaast algemeen het boek voor een mystificatie gehouden. De pennestrijd in die jaren nog gevoerd over het zogenaamd oud-Friesche handschrift, dat een stam- en familiekroniek zou zijn, waarvan de oudste gedeelten zouden dagteekenen uit de zesde eeuw voor Christus’ geboorte, heeft vrijwel alleen geloopen over de vraag, wie in die mystificatie de hand heeft (of hebben) gehad. Heeft Cornelis Over de Linden uit Den Helder, volgens wiens bewering het Oera Linda-boek een erfstuk in zijn familie was geweest, het stuk zelf gefabriceerd; zijn dr. Eelco Verwijs en zijn academievriend François Haverschmidt medewerkers van Cornelis Over de Linden geweest? Deze vragen zijn nimmer afdoend beantwoord. In the last half century, the book was almost universally considered to be a mystification. The polemic about the alleged Old-Frisian manuscript – which would be a folk- and family-chronicle, the oldest parts of which would date from the sixth century BC – since then almost exclusively concerned the question of who had created the mystification. Did Cornelis Over de Linden from Den Helder, according to whose claim the Oera Linda book had been an heirloom in his family, fabricate the piece himself; have Dr. Eelco Verwijs and his college friend François Haverschmidt been accomplices of Cornelis Over de Linden? These questions have never been answered satisfactorily.
Thans is er weer eens iemand opgestaan, die in de echtheid ervan onomstootelijk gelooft. Het is een in Duitschland werkzame pan-Germanistische professor, die er een dik boek over heeft geschreven, dat ook de Duitsche vertaling van het handschrift op eenige brokstukken na bevat. Prof. Wirth biedt ze, als een “Julgabe” den Duitschers aan als een “Ahnenvermächtniss”, dat hen schragen kan bij de volbrenging van hun plicht met hun geloof en hun trouw Hitler ter zijde te staan. Now there is someone again who is doubtlessly convinced of its authenticity. It is a pan-Germanist professor working in Germany who has written a thick book about it, which also contains the German translation of most of the manuscript. Prof. Wirth offers this piece of Ancestral heritage as a Yule-present to the Germans, hoping that it may strengthen their belief and faith needed to fulfill their duty to support Hitler.
Zoo heeft het Oera Linda-boek nog eens een kans gekregen. En dit boek van prof. Wirth is nog maar een inleidende volksuitgaaf; er zal een meer wetenschappelijke uitgaaf met den volledigen tekst van het handschrift en een gezuiverden oud-Frieschen tekst volgen. Aldus deelt de N.R. Crt. mede. That is how the Oera Linda-book gets another chance. And this book by Prof. Wirth is just an introductory layman’s issue; a more scientific edition with the full text of the manuscript and a purified Old-Frisian text will follow, according to the Nieuwe Rotterdamsche Courant.
Destijds is alles omtrent dit Oera Linda-bok grondig onderzocht. Het oud-Friesch, waarin het geschreven is, is niet zuiver en doorspekt met Hollandismen; het schrift is geen oud-Germaansch runenschrift (zooals was beweerd), het papier is niet oud. Reeds in 1876 hebben deskundigen verklaard, dat het modern vergé papier was, en zelfs hebben ze de vermoedelijke fabriek genoemd, waar het vervaardigd was! Dit alles is den Duitschen prof. óók wel bekend, maar het heeft hem niet overtuigd! Het sterkste bewijs van de echtheid, van de kern althans, is hier in gelegen, zoo zegt hij, dat 't zielkundig onmogelijk is, dat een Hollander uit de eerste helft van de 19e eeuw het Oera Lindabok bedacht zou hebben. Dat is dezelfde redeneering, die voor de huidige Duitsche mentaliteit kenschetsend is, en die men ook bij het Rijksdagbrandproces heeft toegepast: er zijn wel geen bewijzen, zelfs zijn er bewijzen van het tegendeel, maar toch is het zooals wij het zeggen. Back then, everything about this Oera Linda-book was thoroughly investigated. The Old-Frisian, in which it is written, is not pure and peppered with Hollandisms; the letters are not old Germanic runes (as was claimed), the paper is not old. As early as 1876, experts stated that it was modern laid paper, and they even mentioned the presumed factory where it was made! All this is well known to the German professor, but it has not convinced him! The strongest proof of authenticity, at least of its core, he says, is that it is psychologically impossible that a Dutchman from the first half of the 19th century would have invented the Oera Linda-book. That is the same reasoning, which characterizes the current German mentality, and which has also been applied in the Reichstag fire trial: there is no evidence, even evidence to the contrary, but still it is as we say it is.
De N. Rott. Crt., die fijntjes-ironisch met het geestesproduct van dezen pan-Germanischen prof. Wirth den draak steekt, merkt aan het slot op: Soms lijkt het haast, dat prof. Wirth zou willen zeggen, dat Adolf Hitler eigenlijk zijn wijsheid heeft geput uit het Oera Linda Boek. The Nieuwe Rotterdamsche Courant, delicately and ironically ridiculing the mental product of this pan-Germanic Prof. Wirth, remarks at the end: Sometimes it almost seems as if Prof. Wirth suggests that Adolf Hitler actually drew his wisdom from the Oera Linda Book.
Het schijnt dus wel voorgoed de gouden ûre van het Oera Linda Boek te zijn; zoo’n kans heeft het nog nooit gehad. So it definitely seems to be the golden hour of the Oera Linda Book; never before did it have such a chance.
De Held. Crt. voegt hier nog aan toe, dat L.F. Over de Linden, een familielid van Cornelis en wethouder te Den Helder, in 1912 bij zijn drukkerij een brochure “Beweerd, [maar] niet bewezen” in het licht gaf, waarin hij aan de hand van enkele documenten, nog weer eens een poging deed de echtheid van het OLB aan te toonen. The Heldersche Courant adds that L.F. Over de Linden, a family member [son] of Cornelis and alderman in Den Helder, in 1912 published a brochure Beweerd, maar niet bewezen (Claimed, not proven), in which he made another attempt to prove the authenticity of the OLB, based on several documents.

Some of the most relevant posts related to Herman Wirth:
Wirth's Heilbrenger ~ Telegraaf 14-05-1933
"Echt of Onecht?" 1934 by prof. dr. J. van Dam (Telegraaf 23-1-1934 and 6-5-1934)
Herman Wirth, 1935 (Telegraaf, 3-4-1935, 7-8-1935 and 12-8-1935)
Himmler's Ahnenerbe ~ Jason Reza Jorjani

The main reason for Hajo Last to write his letter to the newspaper was not anything related to Herman Wirth though, but the claim that the manuscript would have been created by Cornelis Over de Linden in Den Helder. Last provides two accounts that suggest Cornelis got it from Enkhuizen. This is what we will focus on now.


2. letter by Hajo Last under the rubric "Het Vrije Woord"


Underlining and note numbers [x] by me.

'Het Vrije Woord.'
(Buiten verantwoordelijkheid van de Redactie. De opname van deze rubriek bewijst geenszins dat de Redactie er mede instemt).

Bussum, 6 Januari 1934.

Geachte heer Redacteur,

Als getrouwe lezer der Enkhuizer zat ik vanmorgen de courant na te zien, en daar vond ik ook een stuk in betreffende het Ora Linda Boek. Gij weet zeker niet het ontstaan van het boek. Dat de oude geschriften waaruit het is ontstaan, uit Enkhuizen afkomstig zijn, zal ik U mededeelen.
‘The Free Word.’
(Outside the responsibility of the editor. The inclusion of this section in no way means that the editor agrees).

Bussum, January 6, 1934.

Dear Mr. Editor,

As a faithful reader of the Enkhuizer I was checking the newspaper this morning, and there I also found a piece concerning the Oera Linda Book. You certainly do not know the origin of the book. I will inform you that the old writings from which it originated come from Enkhuizen.
Den schrijver, die daarin werd genoemd heb ik persoonlijk gekend, en zelfs heb ik in Den Helder wel bij hem aan zijn huis geweest.

ln 1870 viel ik in de loting en werd bij de Marine ingedeeld. Nu was de heer Over de Linden een Enkhuizer. Zijn oude moeder woonde naast mijn ouders, in het huis op de Breedstraat, waar de hr. Bus inwoont; diens oude moeder woonde in dat kleine huisje daar naast. Het staat er zeker nog wel.

Mijn moeder verzorgde haar wel af en toe. Zij had één zoon; haar man was jong gestorven. Alle jaren kwam haar zoon haar bezoeken; hij verzorgde haar ook en dan was hij veel bij ons. Hij had een betrekking op de werf, als scheepsbouwkundige. Er zat een knappe kop op voor den scheepsbouw.
I have known the writer who was mentioned therein, and even in Den Helder I have visited his house.

ln 1870 I was drafted into the Navy.[1] Mister [Cornelis] Over de Linden was from Enkhuizen.[2] His old mother lived next to my parents, in the house on Breedstraat, where currently mister Bus lives, whose old mother lived in that little house next door.[3] It is certainly still there.

My mother took care of her [mrs. OdL] now and then. She had one son; her husband died young.[4] Her son visited her every year; he also cared for her and he would be with us a lot. He had a job at the shipyard as a shipbuilder. He had a bright mind for shipbuilding.[5]
Eens op zijn bezoek in Enkhuizen, kwam hij bij zijn nicht, en dat was een weduwe Kofman, in de Rietdijk, t.w. Vijzelstraat, in het koepeltje. Die zei tegen hem: “Kees, ik heb hier nog oude geschriften van je grootvader en die heeft altijd gezegd: Die moet mijn stamhouder hebben.” Zoodoende gaf zijn nicht hem die; ik hoor hem het nog zeggen bij ons aan de tafel.

Het was een vergeeld en oud geschrift. Later vertelde hij dat hij oude woordenboeken had weten te krijgen, en met hulp van geleerden is het een boek geworden. Ik zelf heb het nooit gelezen, maar mijn vader heeft het boek in huis gehad. Het gaf, volgens vader, een andere kijk op de wereldgeschiedenis, maar verschrikkelijke kritiek is er in dien tijd over dat boek uitgeoefend. Eindelijk is dit voor onecht verklaard. Een week geleden heb ik in een ander blad daar ook over gelezen, dat het in Duitschland ook werd uitgegeven.
Once on his visit to Enkhuizen, he also saw his cousin, the widow Kofman, who lived at the Rietdijk, now Vijzelstraat, in the little dome. She said to him: "Kees, I still have old writings of your grandfather here, and he always said: The family heir [who will pass on the family name] must have these." Thus, his cousin gave them to him; I can still hear him [Cornelis] tell us at our table.[6]

It was a yellowed and old writing. He later told that he had managed to get old dictionaries, and with the help of scholars, it has become a book. I have never read it myself, but my father had the book at home. According to father, it provided a different view of world history, but then terrible criticism has been exercised about that book. Eventually it was declared fake. A week ago I also read in another magazine that it has now also been published in Germany.
Een half jaar geleden was er een nicht van mij in Amsterdam, die vroeg mij daar ook naar. Zij had in de werken van Troelstra daar ook van gelezen en had haar grootvader daar ook wel over gehoord.

Later werkte ik met Hein Kofman, die verleden jaar is overleden. Ik vroeg hem ook over die geschriften, die bij zijn moeder waren vandaan gekomen. Hij zei tegen mij: “Neef Over de Linde heeft ze gestolen van mijn moeder.” Zij zijn dus afkomstig uit Enkhuizen.
Half a year ago a cousin of mine in Amsterdam asked me about it too. She had read about it in the works of [politician] Troelstra and had heard about it from her grandfather.

Later I worked with Hein Kofman, who died last year.[7] I asked him about these writings too, which had come from his mother. He said to me: "Cousin Over de Linde has stolen them from my mother."[8] So they are from Enkhuizen.
De Enkhuizer is mij lief. Tot mijn 80-ste jaar ben ik Enkhuizer geweest; drie jaar ik mijn jongen tijd ben ik er uit geweest. Nu vind ik weer ingezonden stukken van mijn neef R. Last uit Delft. Ook lees ik graag die stukken van den heer Brouwer over oud-[Enkhuizen. Verleden jaar ook iets over het opheffen van het tonnenmagazijn (...)

Hajo Last
Godeinstichting (?), Bussum]
The Enkhuizer is dear to me. I have lived in Enkhuizen until I was 80; except three years of my childhood. Now I also find submitted pieces from my cousin R. Last from Delft. I also like to read Mr Brouwer's pieces about Old- [Enkhuizen. Last year also something about the abolition of the barrel warehouse (...)

Hajo Last
retired, Bussum]

= = = Notes  & fact-checks = = =

[1] Hajo Last was born 1850 in Enkhuizen where he later married in 1876 (see genealogy). He was indeed drafted into the navy ('zeemilitie') on May 3, 1870 (militieregisters.nl).
[2] Cornelis Over de Linden was born 1811 in Enkhuizen; after his marriage in Amsterdam 1833, he moved to Den Helder ca. 1834-1835, where he lived till his death in 1874 (see genealogy).
[3] Cornelis' mother Anna Goemaat indeed lived at the Breestraat (at least) when she died in 1874, aged 90 years old; her death was reported by Hayo Last and his father Klaas Speleveld Last (see plate 4 here); The Last family indeed lived at the Breestraat (at least) when their five youngest children were born (1848-1860); the birth of their youngest son Jan (1860, Sept. 14) was reported by Adrianus and Bartholdus Over de Linden; The Bus family indeed lived at the Breedstraat (population registers 1890-1921);
[4] Cornelis was indeed her only child as a younger sister lived half a year only and an older sister must also have died young as no trace of her was ever found besides her baptism registration. Her husband Jan Over de Linden had died at sea in 1835 at age 50, when Cornelis was 24 years old (see genealogy).
[5] Two of his ship models (dated 1836-1842) are in the Rijksmuseum collection (see here).
[6] This version of Cornelis' story differs somewhat from other versions. According to Cornelis this visit had taken place in 1848 and it was given by his aunt (the widow) Aafje Reuvers-Over de Linden, the mother of Cornelia Kofman-Reuvers (who was not widowed until 1861). Cornelis was indeed the heir, since his father Jan only had one brother Pieter who had died in 1819 leaving one daughter only, one year before Cornelis' grandfather Andries died. Since Hajo Last remembers rather vividly, he will have heard it after 1862 (age 12) and it may even be as late as the early 1870's (Cornelis died 1874). A possible confusion between the mother and daughter widow would be forgivable.
[7] Hendrik ('Hein') Kofman, carpenter, born Feb. 11, 1853 and died Jan. 15, 1833 Enkhuizen, married 1875 Cornelia ('Kee') Watering (see genealogy).
[8] This is the key phrase of the whole text. It seems highly unlikely that Hajo Last would have invented this himself. Kofman was not born yet when Cornelis received or took the manuscript, but this is what he will have heard about it. If Cornelis created the manuscript together with accomplices - as is the authorised theory - or if it was given to Cornelis - as is his version of the story - it would not make sense for the Kofman family to talk about the MS having been 'stolen' by Cornelis.

[to be finished later]

No comments:

Post a Comment