24 January 2012

Friesche Oudheden

A relevant chapter from:

Friesche Oudheden ~ Afbeeldingen van Merkwaardige Voorwerpen van Wetenschap en Kunst, gevonden in de Archieven, Kerken, Kasteelen, Terpen enz. van Friesland. (Frisian Antiquities ~ Depictions of remarkable objects of science and art, found in the archives, churches, castles, terps etc. of Friesland)
Published by the Friesch Genootschap (1875).
Page 48-50



The OERA LINDA Manuscript [added July 3, 2021: new translation here]

The Over de Linden family in Den Helder is in possession of an old manuscript, of which script, language and content were unknown to its members. However, it had been passed on from generation to generation, with the advice to preserve it with care, as a family-treasure. They guessed it was written in Old-Frisian and suspected it would contain information about ancient ancestors.

When Dr. Eelco Verwijs, archivist-librarian of Friesland, heard about this, he informed the Dutch government, that commissioned him to examine it. On December 17, 1867, he reported his first conclusions and that the owner had given him permission to copy and translate the manuscript. [...]

Thanks to the persevering zeal and care of Dr. Jan Ottema, the content was understood and translated. In detail he reported the results of his accurate examination in a meeting of the Frisian Society on 10 February 1871. This report was printed and distributed, and lead to a great common interest in this curious piece.

In his opinion, the doubts that had risen about the authenticity of the manuscript had no grounds. He saw it as a most important source of old-Frisian history, with completely new information. His conclusion: "We can assume that this manuscript, of which the oldest part was composed ca. 600 BC, contains the oldest product (besides Homer and Hesiod) of European literature. It describes an ancient culture, thus far unknown, with a development, civilization, industry, navigation, trade, literature and sublime religious values. In our imagination, our history did not reach beyond the arrival of Friso (ca. 300 BC), the supposed Frisian founding father. Here however we discover a history beyond 2000 BC, older than that of Greece and as old as that of Israel."

The manuscript is a copy from 1256, made by Hidde Oera Linda. In all debates about its authenticity and value, it was impossible to have a solid judgement, until it was published in 1872. [...]

Publication lead to heavy debates about authenticity of the manuscript. Dr. Ottema published an explanation in 1873, titled 'Historical Notes and Clarifications to the Oera Linda book', and defended it a year later in 'The Royal Academy and the Oera Linda book'. Dr. A.T. Reitsma from Groningen studied it and presented the result of his critical research in three meetings of the Frisian Society. He concluded that the manuscript is probably real, and of high historic value. In the last meeting the skeptics also gave their opinion. The manuscript itself was also displayed at that occasion, so anyone could judge if it could be a 13th century copy.

The most detailed research report so far was published in 1874, titled 'In response to the Oera Linda Book'. It is obvious that the author [prof. A.J. Vitringa] is very erudite and unprejudiced. His answer to the thought that the book would be a forgery, made after 1853, when the stilt-houses in lake Zürich were discoverd, is: "Who would be the forgerer? Not just anyone would be capable of such a thing. For that an accurate knowledge is needed of the oldest Frisian language, of which a very limited vocabulary from only a few sources is available. Besides, one should have known how that language would have changed through the ages. The fact is, there is a clear difference between the language of the oldest and the youngest texts of the manuscript. The forgerer would have needed a rare historic and geographic knowledge. Years of study would have been an inexorable condition and writing the odd letterscript would have been a tough job. What would all that effort have been good for? Honour? ... Forgerers have a good reason to keep their name a secret. - Money? ... Beforehand it was hardly expectable that any profit could be made with publication. - The pleasure of fooling some scholars? ... Would an utterly erudite and talented man, as the maker must have been, offer so much time and effort for such questionable delight? All that is inconceivable."

"What we have here is an odd dilemma: Either we are being fooled by a fabrication, made by a highly devoted, mad genius, or much of our ancient history will be seen from a different viewpoint, which will make a revolution in that field inevitable."

"You might think it was made by a bored friar? This cannot be the case either. The OLB describes ethics and a concept of God, that are unsurpassably true and pure, anti-monkish and anti-theologic. Someone who was raised under the influence of Katholic or even Protestant dogma's, could impossibly have expressed these true liberal and totally unbenefited feelings."

And yet this scholar concluded: "Although nothing excludes authenticity, and we discovered nothing that convinces of a forgery, still there is something suspicious about the parts that deal with Greek-Roman antiquity. We have no doubts about the honesty and frankness of the gentlemen Over de Linden and dr. Ottema. We are convinced that, if it would be a forgery, they have not participated in making it. We have doubts, but they are not strong enough to make us definitely reject the OLB."

We can anyway call this book remarkable. Some see the OLB as an idolization of the Frisian past. The book will remain subject of meticulous research, as long as it is hard to determine what part of old history is myth, saga, or embellished tradition. Yet anyone who has read the book will have to admit, that parts of the content are valuable. Therefore we fully agree with the following statement of the scholar from Deventer: "Although I have fallen in love with the book, I confidently look forward to the results of a scientific examination. Because, even if it would be convincingly refuted on historic grounds, it would still keep its great ethical value as an allegory, as fiction."


Het OERA LINDA Handschrift

Familie Over de Linden in Den Helder heeft een oud handschrift, waarvan schrift, taal en inhoud onbekend zijn. Het was overgeleverd van geslacht tot geslacht met de aanbeveling het zorgvuldig te bewaren, als een familie-erfstuk. De eigenaar vermoede dat het in Oud-Fries was geschreven en informatie over verre voorouders zou bevatten.

Toen Doctor Eelco Verwijs, archivaris-bibliothecaris van Fryslân, hiervan hoorde, lichtte hij de overheid in. Hij kreeg opdracht het te onderzoeken. Op 17 december 1867 gaf hij een verslag van zijn eerste conclusies. De eigenaar heeft hem toestemming gegeven het handschrift te transcriberen en vertalen.

Het was te danken aan de volhardende bezieling en zorg van Doctor Jan Ottema, dat de inhoud begrepen en vertaald werd. Hij deed uitvoerig verslag van zijn nauwkeurig onderzoek in een vergadering van het Fries Genootschap op 10 februari 1871. Dit verslag werd gedrukt en verspreid, en leidde tot een grote belangstelling voor dit merkwaardige stuk.

Volgens hem was de intussen gerezen twijfel aan de echtheid van het handschrift ongegrond. Hij zag het als een uiterst belangrijke bron voor oud-Friese geschiedenis, met geheel nieuwe informatie. Zijn conclusie: "We mogen aannemen dat dit geschrift, waarvan het eerste deel rond 600 BC is opgesteld, het oudste produkt (op Homerus en Hesiodus na) van Europese literatuur bevat. Het beschrijft een tot nu toe onbekende, eeuwenoude cultuur, met een ontwikkeling, beschaving, industrie, scheepvaart, handel, letterkunde en zuivere religieuze waarden. In onze voorstelling ging onze geschiedenis niet verder terug, dan tot de komst van Friso (rond 300 BC), de vermeende Friese stamvader. Hier ontdekken we echter een geschiedenis tot voorbij 2000 BC, ouder dan die van Griekenland en even oud als die van Israel."

Het manuscript is een kopie uit 1256, gemaakt door Hidde Oera Linda. Bij alle meningsverschillen over de echtheid en waarde ervan, was het onmogelijk daarover een goed oordeel te vellen, totdat het gepubliceerd werd in 1872. [...]

Publicatie leidde tot hevige discussies over de echtheid van het manuscript. Dr. Ottema gaf in 1873 een toelichting in 'Geschiedkundige Aantekeningen en Ophelderingen bij thet Oera Linda bok', en verdedigde het een jaar later in 'De Koninklijke Akademie en het Oera Linda boek'. Dr. A.T. Reitsma te Groningen bestudeerde het en presenteerde het resultaat van zijn kritische onderzoek in drie vergaderingen van het Fries Genootschap. Hij concludeerde dat het manuscript waarschijnlijk echt is, en van hoge historische waarde. In de laatste vergadering gaven ook de skeptici hun visie. Toen werd ook het handschrift zelf vertoond, zodat men zelf kon beoordelen of het een 13e eeuwse kopie kon zijn.

Het meest uitvoerige onderzoeksverslag tot nu toe werd in 1874 gepubliceerd onder de titel 'Naar aanleiding van het Oera Linda Bok'. De schrijver (prof. A.J. Vitringa) is duidelijk zeer geleerd en onpartijdig. De gedachte dat het boek een vervalsing zou zijn, gepleegd na 1853, toen de paalwoningen in het meer van Zürich werden ontdekt, beantwoordt hij met: "Wie zou de vervalser zijn? Niet de eerste de beste was tot zoiets in staat. Daarvoor zou noodzakelijk zijn een nauwkeurige kennis van de oudste Friese taal, waarvan een zeer beperkte woordenschat uit slechts enkele bronnen bestaat. Bovendien zou men moeten weten hoe die taal in de loop der tijd is veranderd. Er is namelijk een duidelijk verschil tussen het taalgebruik in de oudste en de jongste teksten van het handschrift. De vervalser zou een zeldzame historische en geografische kennis moeten hebben gehad. Jarenlange studie zou een onverbiddelijke voorwaarde zijn geweest en het schrijven van het vreemde letterschrift een zure arbeid. En waarvoor zou hij dat alles hebben gedaan? Eer? ... Vervalsers hebben een goede reden om hun naam geheim te houden. - Geld? ... Het was vooraf nauwelijks te verwachten dat publicatie enige winst zou opleveren. - Het genoegen om geleerden in de maling te nemen? ... Zou een door en door geleerd en talentvol man, zoals de maker moest zijn, zo'n offer van tijd en moeite over hebben voor zulk bedenkelijk genot? Dat alles is onvoorstelbaar."

"We staan hier dus voor een zonderling dilemma: Òf we laten ons beet nemen door een met grote toewijding tot stand gebracht maaksel van een geniale gek, òf een groot deel van de oude geschiedenis komt in een geheel ander licht te staan, waardoor een revolutie op dat gebied onvermijdelijk is."

"U denkt misschien nog aan geknutsel van een verveelde kloosterbroeder? Ook dit is uitgesloten. In het OLB komen een godsbegrip en ethiek voor, die onovertroffen waar en zuiver, anti-monniks en anti-theologisch zijn. Iemand die is opgevoed onder invloed van Katholieke of zelfs Protestante dogma's, heeft deze echt vrijzinnige en totaal onbevoordeelde gevoelens onmogelijk kunnen uiten."

En toch besloot deze geleerde met: "Hoewel niets echtheid uitsluit, en we niets hebben ontdekt dat van vervalsing overtuigt, toch is er iets dat onze argwaan wekt in de delen die te maken hebben met de Grieks-Romeinse oudheid." We hebben geen enkele twijfel aan de eerlijkheid en openhartigheid van de heren Over de Linden en dr. Ottema. We zij er stellig van overtuigd dat, indien er sprake zou zijn van een vervalsing, zij daar niet aan hebben meegewerkt. We hebben twijfels, maar deze zijn niet sterk genoeg om daarom het OLB definitief te verwerpen."

Het gaat in ieder geval om een merkwaardig boek. Sommigen zien in het OLB een verheerlijking van het Friese verleden. Het boek zal nauwkeurig onderzocht blijven worden, zolang het moeilijk is, om in oude volksgeschiedenis te bepalen wat mythe, sage of versierde overlevering is. Toch zal iedereen die het boek gelezen heeft moeten toegeven, dat delen van de inhoud waardevol zijn. We zijn het dan ook helemaal eens met het volgende oordeel van de Deventer geleerde: "Hoewel ik van het boek ben gaan houden, zie ik de resultaten van een wetenschappellijk onderzoek met vertrouwen tegemoet. Want, zelfs als het op historische gronden overtuigend zou worden weerlegd, dan toch zal het boek als allegorie, als fictie een hoge ethische waarde blijven behouden."

No comments:

Post a Comment